Blog: Leraar kent het kind het beste

Leraar kent kind het beste

In de NRC van vrijdag 10 oktober werd een onderzoek van de inspectie gepresenteerd naar schooladviezen en de rol van de CITO Eindtoets. Daaruit blijkt dat het schooladvies een betere voorspellende waarde heeft dan de Eindtoets.

Leerlingen die van hun leraar een hoger advies hadden gekregen dan volgens de eindtoets was geadviseerd gaan in 73% van de gevallen na drie jaar nog steeds naar dat hogere niveau naar school.

Verder verschaft het rapport duidelijkheid over alle schooladviezen:

  • 75% van de leerlingen zit in het derde jaar nog op de school die geadviseerd werd
  • 10% van de leerlingen zit dan op een hoger niveau
  • 15% van de leerlingen zit dan op een lager niveau

Vergelijken we het schooladvies met de Eindtoets dan blijkt dat:

  • 63% overeenkomt met de Eindtoets
  • 26% een hoger advies krijgen van school
  • 11% een lager advies krijgen van school

Deze cijfers sluiten goed aan bij de visie van EXOVA.

Het onderwijs in Nederland is geleidelijk aan steeds meer in de ban gekomen van toetsen. Iets is pas realiteit als het getoetst is. De rol van de leerkracht glijdt steeds meer af naar aanbieder van methodes en toetser van resultaten en het eigen inzicht in de ontwikkeling van de kinderen lijdt daaronder.

Waar een leerkracht vooral behoefte aan heeft is OVERZICHT. Als kinderen zich verschillend van elkaar ontwikkelen, en dat is de doelstelling van passend onderwijs en gepersonaliseerd leren, gaat de leerkracht zich vaak ongemakkelijk voelen omdat het initiatief van het leren steeds meer bij de kinderen komt te liggen. Van centrale organisator en aanbieder van stof komt hij/zij steeds meer in een rol van stimulator en begeleider terecht.

Wat een leerkracht te allen tijde wil weten is wat zijn/haar kinderen geleerd hebben. Welnu, binnen de leerlijnen van EXOVA geeft het portfolio steeds goed weer hoever kinderen gevorderd zijn, zonder dat de leerkracht veel werk moet nakijken of moet toetsen. Observaties in de klas en leergesprekjes maken duidelijk of een leerling een behaald leerdoel kan afvinken. Op deze wijze is gepersonaliseerd leren te realiseren en kan men eindelijk afstappen van het beoordelen van kinderen op basis van een klassikale “standaard” die voor een aantal kinderen veel te hoog ligt en voor andere kinderen weer veel te laag is.

Dit is ook de essentie van de discussie die we op 5 november op onze conferentie “bouwstenen voor een futureproof schoolplan 2015-2019” met hoofdinspecteur Arnold Jonk willen voeren.

Beoordelen van kinderen op hun eigen merites, dus op basis van ontwikkelingsprofielen in plaats van klassikale toetsen. Net als in Finland zou men b.v. kunnen volstaan met twee meetmomenten: met 8 jaar en met 12 jaar.

De cijfers uit het rapport van de inspecties wijzen uit dat kennis van het “totale” kind – dus ook rekening houdend met interesses, motivatie, relatie etc. – de meest belangrijke succesfactor is in de schooladviezen.

Het wordt dan ook tijd dat leerkrachten weer het vertrouwen terug krijgen in hun professionaliteit, zonder dat dit steeds bevestigd moet worden met toetsen. En de inspecties zouden ook een les kunnen trekken uit dit rapport aangaande de beoordeling van scholen, welke tot heden vooral gebaseerd is op groepsgewijs afgenomen toetsen.