Aug 2012 Jan Hendrickx in reactie op open brief Asscher

Geachte heren,

Vandaag in de NRC de open brief van de heer Asscher gelezen. Ben het in hoofdlijnen met hem eens wat betreft het uitgangspunt dat meer geld niet automatische hogere opbrengsten garandeert. In principe gaat er voldoende geld rond in het onderwijs (ik beperk mij voorlopig tot het BaO). Er zijn echter twee grote belemmeringen voor het bereiken van betere resultaten:

  • Een onderwijssysteem dat in principe al 2 eeuwen is afgestemd op groepen leerlingen, daarbij uitgaande van een fictieve “gemiddelde” leerling
  • Leerkrachten die grotendeels afhankelijk zijn geworden van methodes en methodevolgers zijn geworden

De ontwikkelingsverschillen tussen kinderen binnen één leeftijdsgroep bedragen 4 tot 6 jaar. Het is voor een leerkracht niet te doen om aan de hand van een methode die afgestemd is op de “gemiddelde” leerling ieder kind zich op een natuurlijke manier te laten ontwikkelen, dus in eigen tempo en op eigen niveau. Hoogstens worden er wat aanpassingen bereikt voor kinderen die achterblijven of voorlopen. Passend onderwijs sluit echter aan bij de individuele kwaliteiten en mogelijkheden van kinderen.

Honderd jaar geleden hebben Montessori en Parkhurst hier al op wezen. In onze tijd zijn dat mensen als Sugata Mitra (o.a. met zijn Hole in the Wall project, waarmee hij wereldwijd aantoont hoe groot het zelflerend vermogen van kinderen is) en Ken Robinson (How schools kill creativity). Tot voor kort misten de leerkrachten ook de instrumenten om individuele ontwikkeling van kinderen mogelijk te maken. Nu digitalisering eindelijk ook binnen het onderwijs meer gestalte gaat krijgen ontstaan daar veel meer mogelijkheden. Kijk naar het werk van Salman Khan met zijn Khanacademy en in Nederland naar de UvA met het slimme oefenprogramma De Rekentuin.

Uit eigen ervaring – vorig jaar gestart met 8 scholen met digitaal onderwijs – blijkt, dat door de inzet van digitale, adaptieve methodieken, gebaseerd op leerlijnen, het voor elk kind mogelijk wordt binnen zijn mogelijkheden goede resultaten te bereiken met als extra winst meer plezier in het leren en meer tijd voor de leerkracht. Opvallend is, dat de kinderen in het geheel geen moeite hebben om aan deze manier van werken – ieder op eigen niveau en in eigen tempo – te wennen, maar dat het de leerkrachten zijn die training en begeleiding nodig hebben.

Extra geld fourneren met handhaving van het huidige onderwijssysteem blijkt al jaren nauwelijks te werken, want stuit op de grenzen van wat een leerkracht aankan aan differentiatie binnen zijn klas. Kijkend naar de toekomst zou een investering in de infrastructuur – draadloos netwerk, ieder kind een laptop c.q. tablet – meer effectief kunnen zijn als vervolgens ook de gehanteerde methodieken hierop afgestemd worden. Deze investering kan beschouwd worden als een eenmalige projectinvestering, omdat de afschrijving en vervanging in de reguliere kostenberekening van de scholen kan worden verwerkt.

En de scholing en begeleiding van de leerkrachten die noodzakelijk is om de omslag naar een meer effectief klassenmanagement mogelijk te maken – minder correctie, minder organisatie, minder administratie, meer tijd om zich bezig te houden met het primaire proces – kan gewoon uit de beschikbare middelen bekostigd worden, zeker nu er met ingang van dit schooljaar extra budget hiervoor beschikbaar is gesteld door het Rijk.

Met vriendelijke groet,

Jan Hendrickx
30 jaar leraar PO
33 jaar directeur PO
Grondlegger Leonardo onderwijs voor begaafde leerlingen
Grondlegger EXOVA: excellent onderwijs voor allen